Unilever ziet duurzaamheid als een economische noodzaak
Unilever beleefde het beste jaar van de laatste dertig. Met dank aan de 'ontwikkelende markten' die inmiddels goed zijn voor 56% van de omzet. Ook op mvo-gebied gaat Unilever al jaren goed: zo heeft het bedrijf de ambitie om de impact op de omgeving in 2020 te halveren en tegelijk de omzet te verdubbelen, zo zei topman Paul Polman, net als vorig jaar op de aandeelhoudersvergadering.
Maar er is ook kritiek. Uit SOMO-onderzoek is gebleken dat er twijfels bestaan of de vanille die Unilever op Madagaskar inkoopt wel op een eerlijk manier is geproduceerd. Mogelijk is daar sprake van kinderarbeid. Een gevolg van de lage prijzen die de boeren daarginds ontvangen. De VBDO stelde mede namens SOMO de vragen. Volgens Polman koopt Unilever wereldwijd slechts 1,5% van de vanille-productie in. 'Unilever kan dus niet voor scheidsrechter spelen op deze markt, we zijn slechts speler,'' sprak de bestuursvoorzitter op de vergadering.
Zoals bekend ziet Unilever duurzaamheid al vele jaren als een economische noodzaak. Consumenten en overheden eisen het maar bovendien worden grondstoffen al maar schaarser. Dus daarom moeten alle duurzaamheids-zeilen worden bijgezet om ook op de langere termijn als bedrijf te kunnen overleven.










