Duurzame ontwikkeling
Op deze pagina krijgt u meer inzicht in het thema duurzame ontwikkeling. Er wordt uitgelegd wat het inhoudt, hoe verschillende partijen ermee omgaan en wat de rol van VBDO hier in is.
"Duurzame ontwikkeling is ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen"
Deze definitie is in 1987 opgesteld door de Brundtland Commissie van de VN. Het is de meest gangbare definitie van duurzame ontwikkeling. Het thema duurzame ontwikkeling is vanaf het opstellen van deze definitie een steeds belangrijkere rol gaan spelen in onze maatschappij. Bovendien komt het in bijna alle werkzaamheden terug. Zo zorgen de huidige ontbossingen en de enorme CO2-uitstoot voor de opwarming voor de aarde. Dit vormt een bedreiging voor onze kinderen, kleinkinderen, etc. Maar denk ook aan overbevissing waardoor de visgronden krimpen, het opraken van fossiele brandstoffen zoals olie en gas, het dumpen van giftige afvalstoffen, armoede en sociale onrechtvaardigheid. Dit zijn voorbeelden van huidige processen die van grote invloed zullen zijn op de toekomst. Het maatschappelijk bewuste deel van de bevolking (cultural creatives) groeit dan ook met de dag.
Wat wordt er aan gedaan
Om tot een duurzamere wereld te komen, bestaan er in theorie drie mogelijkheden:
- Afname bevolkingsomvang
- Minder consumeren
- Ontwikkeling en gebruik van duurzamere productiemethoden
De laatste twee zijn de meest realistische oplossingen. Hierbij is het minder consumeren de verantwoordelijkheid van de consument. De ontwikkeling en het gebruik van duurzamere productiemethoden een verantwoordelijkheid van de producent.
Consumenten
De overheid en vele milieuorganisaties hebben de afgelopen jaren verschillende campagnes gestart. Het doel ervan is mensen ertoe te bewegen minder te consumeren. Het zuinig zijn op energie en het bewust kiezen voor milieuverantwoorde producten (met een keurmerk) behoren tot de stokpaardjes.
Producenten
Op het gebied van consumeren valt nog steeds veel aan duurzaamheid te winnen. Echter zijn met het inperken van de consumptie de problemen nog niet verholpen. Daarvoor moeten de producten die we consumeren duurzamer worden. Hiervoor worden producenten gestimuleerd tot de ontwikkeling en het gebruik van duurzame productiemethoden. Een voorbeeld hiervan is de innovatie in de auto-industrie. Er wordt steeds meer de nadruk gelegd op zuinige auto's of zelfs auto's die rijden op biobrandstof of waterstof. Steeds meer ondernemingen erkennen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en gaan deze dan ook niet uit de weg. Deze ondernemingen integreren ‘de drie p's' in hun strategie.
De drie p's
De drie P's (People, Planet and Profit) helpen om de mate van duurzaamheid van een bedrijf in kaart te brengen. Ook kan het dienen als leidraad om een duurzaam beleid uit te stippelen. People omvat alle sociale aspecten van de bedrijfsvoering, Planet alle milieu-aspecten en Profit alle economische aspecten. In de ideale situatie zijn deze 3 aandachtspunten volledig in balans. Dit zal leiden tot een duurzame samenleving.
Steeds meer bedrijven zoeken naar balans en niet enkel naar winstmaximalisatie (waarbij het zwaartepunt dus zal liggen op Profit en het geheel uit balans zal raken). De reden hiervan is de groeiende overtuiging dat duurzaamheid kansen biedt. Ook komt er meer besef dat een duurzaam beleid essentieel is voor de continuïteit van de onderneming. Bedrijven kunnen immers niet hun ogen sluiten voor thema's die in de maatschappij een belangrijke rol vervullen. Ook de groeiende groep cultural creatives onder hun klantenkring oefent invloed uit.
Overheid
Het is duidelijk dat er voor een duurzame samenleving een belangrijke taak is weggelegd voor zowel consumenten als producenten. Echter is het aan de verschillende overheden om dit te stimuleren en te coördineren.
Hiervoor is de interdepartementale projectdirectie Energietransitie, kortweg IPE, in het leven geroepen. Dit wordt gecoördineerd door het ministerie van Economische Zaken. Het IPE coördineert het transitiebeleid op duurzaam gebied in Nederland. Een transitie is een (inter)nationale ingrijpende verandering in de maatschappij die minstens 20 jaar vergt om te realiseren. Op deze manier wil het kabinet ervoor zorgen dat Nederland over 30 jaar een duurzaam land is.
Een belangrijk onderdeel van het transitiebeleid is het maatschappelijk bewust maken van consumenten en producenten. De rijksoverheid stimuleert het transparant maken van duurzaam beleid bij bedrijven dan ook nadrukkelijk.
Bron: VROM
De financiële wereld achter duurzame ontwikkeling
Geld is en blijft van groot belang bij het uitstippelen van beleid bij een bedrijf. Zonder winst geen toekomst. Daarom worden geldstromen gezien als het belangrijkste instrument om tot een duurzame wereld te komen.
Om het voortbestaan van een bedrijf te garanderen zijn investeringen nodig. Zonder die investeringen zal een bedrijf niet tot innovatie komen. Het bedrijf zal dan achter raken op de concurrentie. Het huidige financiële stelsel zit zo in elkaar dat het geld voor die investeringen komt vanuit de bevolking. De bevolking zet geld opzij voor bijvoorbeeld een pensioen of een wereldreis. Het opzij gelegde geld ligt echter niet stil. Het wordt ondertussen door banken geïnvesteerd in bedrijven waardoor er rendement wordt behaald: uw rente.
Het principe dat er slechts wordt geïnvesteerd in volledig duurzame bedrijven kan men uitsplitsen in duurzaam sparen en duurzaam beleggen . Hiermee wordt voorkomen dat niet-duurzame bedrijven hun productieproces kunnen voortzetten met behulp van uw spaargeld.
De VBDO tracht deze markt voor particuliere en institutionele beleggers transparanter te maken. De VBDO zet partijen aan tot duurzaam handelen. Enerzijds zijn dit de particuliere en institutionele beleggers. Anderzijds de bedrijven waarin belegd wordt.






